De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te avigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...

Reglement betreffende het verlenen van investeringssubsidies voor het toeristisch fietsroutenetwerk

Besluit van 19 maart 2014
Gewijzigd 20 mei 2015

De provincieraad van Limburg,

Gelet op volgende doelstellingen en actie van het provinciale beleid 2013-2019:

  • beleidsdoelstelling 2014000001 “Sterk Limburg”;
  • actieplan 2014000024 “Limburg verder uitbouwen tot een competitieve toeristische regio”;
  • actie 2014000240 “Realisatie van sterke routestructuren als toeristisch product en als infrastructurele verbinding tussen toeristische producten en regio’s”;

Gelet op het provinciale subsidiereglement “Reglement betreffende de subsidiëring van toeristische netwerken” d.d. 21 januari 2009 dat bij provincieraadsbesluit d.d. 21 november 2012 is verlengd tot en met 31 december 2013;

Gelet op het provinciale subsidiereglement “Reglement betreffende het verlenen van investeringssubsidies voor het toeristisch fietsroutenetwerk” d.d. 19 maart 2014;

Gelet op het Toeristisch Actieplan 2014-2019 van Toerisme Limburg vzw;

Overwegende dat het toeristisch fietsroutenetwerk (FRNW) één van de sterke toeristische producten van Limburg is en de basis vormt voor de profilering van Limburg als de meest attractieve fietsprovincie in België;

dat Limburg in 2015 door Fietsen123, de populairste fietswebsite van de Benelux, voor de achtste keer overtuigend is verkozen tot “Belgische fietsprovincie van het jaar 2014”;

Overwegende dat het FRNW een bijzondere economische meerwaarde voor de sector van de vrijetijdseconomie heeft;

dat door een kwalitatief FRNW cross-overs kunnen worden gemaakt met de andere toeristische producten en een meerwaarde kan worden gegenereerd voor andere economische activiteiten, i.c. de logiessector en de horeca;

Overwegende dat uit onderzoek van Toerisme Limburg vzw blijkt dat

  • naar schatting 46,3 % van de gebruikers van het fietsroutenetwerk uit toeristen bestaat (7 % verblijfstoeristen en 39,2 % fietsdagtoeristen) en 53,7 % zijn gebruikers uit de lokale/regionale omgeving
  • een gemiddelde “fietsvakantieganger” ongeveer 81,60 euro per persoon per overnachting besteedt
  • een gemiddelde “fietsdaguitstapper” ongeveer 16,10 euro per persoon per dag besteedt
  • een gemiddelde “maker van een fietstocht” ongeveer 2,5 euro per persoon per dag besteedt;

dat voor 2014 naar schatting 2 127 870 fietsers van het fietsroutenetwerk hebben gebruikgemaakt;

dat dit neerkomt op een omzet van 28,9 miljoen euro;

Overwegende dat, om de toonaangevende positie als fietsprovincie in Vlaanderen en België en de economische meerwaarde te behouden en te versterken, het cruciaal is dat voort wordt ingezet op vernieuwing en verbetering van het FRNW;

dat sedert jaren de provincie intensief investeert in de kwaliteit en de beleving van het FRNW;

dat de voorbije 20 jaar de provincie en de Limburgse gemeenten samen meer dan 30 miljoen euro hebben geïnvesteerd in de infrastructurele realisatie van het netwerk, de fysieke kwaliteit en de veiligheid;

Overwegende dat het FRNW een lengte van ongeveer 2.000 km heeft;

dat het netwerk bestaat uit 391 knooppunten;

dat op het netwerk een veelheid van toeristische bewegwijzerings-, knooppunt-, informatie- en overzichtsborden staan;

dat ongeveer 40 % van het FRNW volledig vrijliggend is en de resterende tracés grotendeels autoluw zijn;

Overwegende dat in 2010 een kwaliteitscharter tussen de provincie Limburg, Toerisme Limburg vzw en de 44 gemeenten is ondertekend;

Overwegende dat via het kwaliteitscharter alle partners – de provincie Limburg, de gemeenten en Toerisme Limburg vzw – hun engagement opnemen inzake het eerstelijns- en tweedelijnsonderhoud om de kwaliteit van het Limburgse toeristisch fietsroutenetwerk te waarborgen en te versterken door toepassing van het ABC-principe: A staat voor Autoluw en maximaal Autovrij, B staat voor Belevingsvol en C staat voor Comfort;

Overwegende dat naar aanleiding van de viering “20 jaar Fietsparadijs” het kwaliteitscharter is geactualiseerd;

Overwegende dat het om bovenvermelde redenen aangewezen is om over te gaan tot de wijziging en nieuwe vaststelling van het subsidiereglement betreffende het verlenen van investeringssubsidies voor het toeristisch fietsroutenetwerk;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 24 oktober 2012 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op de budgetsleutel 664020/2/0522/2to0404o in de financiële meerjarenplanning 2014-2019 “Investeringssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/ toerisme infrastructuur/kwaliteitsbewaking en eerstelijnsonderhoud toeristische netwerken”;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan Limburgse (B) gemeenten voor de aanleg en/of verbetering van toeristische fietsroutes die deel uitmaken van het toeristisch fietsroutenetwerk van de provincie Limburg. 

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

Eerstelijnsonderhoud
Het eerstelijnsonderhoud wordt uitgevoerd door de provincie Limburg en omvat limitatief de volgende taken:

  • de herstelling, de vervanging en het zuiver maken van de toeristische bewegwijzerings-, knooppunt-, informatie- en overzichtsborden
  • het maaien en de vereiste snoeiwerken rond deze borden
  • het plaatsen van de bewegwijzeringsborden bij wegomleggingen bij werken of manifestaties
  • de uitvoering van kleine herstellingen aan het wegdek
  • het melden van zwerfvuil en sluikstortingen en andere problemen in verband met het tweedelijnsonderhoud aan de wegbeheerder.

Tweedelijnsonderhoud
Het tweedelijnsonderhoud wordt uitgevoerd door de wegbeheerders (vooral de gemeenten maar ook de Administratie Wegen en Verkeer en nv De Scheepvaart) en omvat niet-limitatief de volgende taken:

  • het maaien van de bermen
  • het borstelen van de fietspaden en wegen die een onderdeel zijn van dit toeristisch netwerk
  • het snoeien van alle struiken, bomen en hagen langs de tracés
  • het opruimen van het zwerfvuil
  • de herstelling en het onderhoud van het wegdek (andere wegdekwerken dan bedoeld bij het 1ste- en 3de-  lijnsonderhoud)
  • het beheer van alle afsluitpaaltjes
  • het beheer van de bewegwijzering volgens de wegcode (stopborden, enz.)
  • wegmarkeringen (stoplijnen, enz.).

Derdelijnsonderhoud
Het derdelijnsonderhoud wordt uitgevoerd door de gemeenten en omvat omvangrijke herstellingswerken (overlagingen, bestrijkingen, slemwerken, herstellingen aan betonvakken, de plaatsing van antiwortelplaten om de fietspaden te beschermen tegen wortelingroei,…) of de vernieuwing of heraanleg van het wegdek van fietspaden en/of fietswegen die met provinciale subsidies werden aangelegd en onderdeel zijn van het toeristische fietsroutenetwerk Limburg.
 

II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de aanvrager moet een Limburgse (B) gemeente zijn
  • de toestemming van de betrokken eigenaar(s) en wegbeheerder(s) voor de projectrealisatie hebben verkregen
  • de aanvrager moet zich engageren om het tweedelijnsonderhoud op een correcte manier uit te voeren Gemeenten die het geactualiseerde kwaliteitscharter niet hebben ondertekend, komen niet in aanmerking voor de toekenning van een investeringssubsidie
  • voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van gelijkaardige of andere subsidies van de provincie Limburg.

Artikel 4: voorwaarden waaraan het investeringsproject inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het investeringsproject aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het tracé van het project moet gelegen zijn op of zal deel uitmaken van het erkende toeristisch fietsroutenetwerk Limburg
  • indien het project vergunningsplichtig is: vergund zijn of worden
  • de ingediende projecten moeten voldoen aan de volgende drie algemene ABC-criteria: zij moeten Autoluw en maximaal Autovrij zijn, zij moeten Belevingsvol zijn en zij moeten het Comfort voor de fietsers aanzienlijk verbeteren.

1. Voor de fietsinfrastructuur:

a) Projecten die in aanmerking komen voor subsidiëring:

  • de aanleg of verbetering volgens de technische vereisten van het vademecum fietsvoorzieningen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap van fietswegen, “vrijliggende” fietspaden of “aanliggende fietspaden” en van de toplaag van het wegdek bij fietsstraten (conform artikel 22novies en art. 71.2 in het verkeersreglement ingevoerd bij wet van 10 januari 2012 en het KB van 4 december 2012).
  • de aanleg of verbetering van de toplaag van het wegdek op landelijke autoluwe wegen met een maximale breedte van 4 meter gelegen buiten de bebouwde kom, indien de gemeente tegelijkertijd ook maatregelen neemt om het doorgaand verkeer te beperken

b) De subsidieerbare kosten voor werken inherent aan de fietsinfrastructuur omvatten:

  • de voorbereidende werken, de opbraakwerken en de grondwerken aan de bermlichamen waarin de fietsinfrastructuur wordt aangelegd, in voorkomend geval met inbegrip van het bouwkundig verbeteren van de ondergrond, met uitsluiting van eventuele meerkosten verbonden aan een bodemsanering
  • de aanleg en de uitrusting van de fietsinfrastructuur: onderfundering, fundering, verharding en signalisatie
  • de afdekking van de strook tussen fietsinfrastructuur en de rijbaan, inclusief de verharding, de levering en de aanplanting van het groen en de levering en plaatsing van noodzakelijke scheidende veiligheidselementen in deze strook
  • de herstelling van de strook gelegen tussen de fietsinfrastructuur en de rooilijn, met uitzondering van bomen en struiken
  • de constructie van kantopsluitingen, de straatgoten en de waterslikkers in de straatgoten inbegrepen
  • voor zover het door de aanleg of de verbetering van de fietsinfrastructuur noodzakelijk is, het aanpassen, verplaatsen of nieuw aanleggen van een waterafvoersysteem voor hemelwater. Dat waterafvoersysteem kan bestaan uit: bermsloten (inbegrepen de duikers in de bermsloten), draineersleuven of RWA-rioolleidingen, met inbegrip van toebehoren. In het geval van een nieuw aan te leggen RWA-rioolleiding, die water afvoert van de fietsinfrastructuur en de rijbaan en/of de aangelanden, kan slechts het deel van de kosten, naar rata van het aandeel van het hemelwater dat van de fietsinfrastructuur afstroomt in aanmerking komen voor subsidie
  • het vernieuwen of het aanpassen van de DWA-riolering is niet subsidiabel, behalve het op de juiste hoogte brengen van de bovenbouw van bestaande inspectieputten in de verharding van de fietsinfrastructuur en het leveren en plaatsen van geschikte riooldeksels
  • het verlengen van dwarse duikers of onderbruggingen onder de fietsinfrastructuur
  • kunstwerken langs, over of onder wegen en onbevaarbare waterlopen die niet vallen onder het beheer van het Vlaamse Gewest
  • beschermingsmiddelen zoals paaltjes en hekken die dienen om oneigenlijk gebruik van de fietsinfrastructuur te voorkomen
  • het aanbrengen van de bovenlaag van de fietssuggestiestrook over een beperkte lengte en enkel als projectonderdeel van de aanleg van een volwaardige fietsinfrastructuur
  • werf- en omleidingssignalisatie tijdens de uitvoering van de werken
  • het aanpassen van de kruispunten, door de inplanting van de fietsinfrastructuur, ter hoogte van uitmondende zijstraten. Dit betreft het herleggen van de verharding of het op hoogte brengen van de verharding ter hoogte van de kruispunten.
  • de aanleg en het uitrusten, waar nodig, van gelijkvloerse fietsoversteekplaatsen inclusief het aanpassen van het wegdek tot maximum 4m voor en 4m na de oversteekplaats
  • het voorzien van functionele verlichting van wegen voorbehouden voor fietsverkeer
  • btw tenzij deze recupereerbaar is.

De volgende werken en kosten komen uitdrukkelijk niet in aanmerking voor subsidiëring:

  • de honoraria, studiekosten en toezichtkosten
  • de proefkosten
  • de grondverwervingen
  • de verplaatsing van nutsleidingen
  • rioolleidingen, die gesubsidieerd worden door het gewest en/of andere instanties
  • de reinigingskosten of stortkosten van bodem als gevolg van eventuele verontreiniging van de aanwezige bodem
  • werkuren, ingeval de werken uitgevoerd worden met eigen personeel
  • onderhoudswerken
  • onderhoud van groenaanleg tijdens de waarborgtermijn
  • de aanleg van nieuwe stoepen
  • aanleg en inrichting van bushaltes
  • de bewegwijzerde centrumverbindingen of verbindingsstukken volgens de kaart van Toerisme Limburg vzw
  • de btw indien ze recupereerbaar is.

2. Voor de toeristische belevingselementen

Projecten die in aanmerking komen voor subsidiëring:

  • de aanleg van randvoorzieningen voor fietsers, zoals rust- en picknickplaatsen, plaatsen voor beleving van het uitzicht,… op voorwaarde dat deze maximaal op 100 m afstand van het netwerk worden gerealiseerd
  • de aanleg, de heraanleg of de verbetering van bermen specifiek om de belevingswaarde van de bermen te verhogen.

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 5: voorafgaand advies

Voorafgaand aan het opstellen van het bestek en de offerteaanvraag of aanbesteding moet de aanvrager volgende documenten indienen op ondervermeld adres:

  • een voorontwerp van de aan te leggen fietsvoorziening of het toeristische belevingselement waarop minimaal aangeduid is:
    • de breedte van de fietsvoorziening
    • de afmetingen van eventuele tussenstroken
    • de schuwafstanden t.o.v. obstakels (hagen, muurtjes, verlichtingspalen, …)
    • schets van het typedwarsprofiel van de aan te leggen infrastructuur
    • schets van het typedwarsprofiel van eventueel aan te leggen oversteekplaatsen
    • situering op het toeristisch fietsroutenetwerk
  • een raming van de kosten met een uitgesplitste  meetstaat voor de subsidieerbare werken.

Op basis van dit voorontwerp verleent de Cel Toerisme van de dienst Economie een advies aan de aanvrager.


Artikel 6: de wijze en het adres van de indiening van de aanvraag.

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan op de volgende wijze gebeuren:

  • per post
  • afgeven tegen ontvangstbewijs
  • elektronisch.

Elektronische indiening geniet de voorkeur. Bijlagen die bij de aanvraag behoren en die niet elektronisch worden ingediend, mogen eveneens per fax worden ingediend.

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

De aanvraag moet ingediend worden op volgend adres:
Toerisme - Dienst Economie
provincie Limburg
Universiteitslaan 1
3500 HASSELT
Tel. 011 23 74 68
Fax 011 23 74 10
e-mail toerisme@limburg.be

Artikel 7: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moeten minstens de volgende documenten uiterlijk 30 dagen na de beslissing tot gunning van de werken in 1 exemplaar ingediend worden:

  • het goedgekeurde ontwerp bestaande uit de plannen, het bestek en de raming
  • een kopie van de offerte van de laagste regelmatige inschrijving en het aanbestedingsverslag
  • een besluit van de gemeente waaruit de goedkeuring van het ontwerp blijkt
  • een besluit van het college van burgemeester en schepenen betreffende de gunning van de opdracht
  • indien de gemeente geen eigenaar is van de grond waarop het project wordt gerealiseerd: het bewijs dat toestemming van de betrokken eigenaar(s) werd verkregen
  • een ingevuld aanvraagformulier.

De gemeenten kunnen indien gewenst voor de technische ondersteuning of voor het ontwerp van de projecten een beroep doen op de Dienst Mobiliteit en Routenetwerken.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 8: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid.

De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om zijn aanvraag te vervolledigen door de ontbrekende documenten/gegevens alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn.

De aanvraag wordt slechts verder behandeld na indiening van alle ontbrekende documenten. De ontvangst van deze ontbrekende documenten wordt meteen bevestigd. Indien op de schriftelijke vraag tot vervollediging geen antwoord wordt gegeven binnen de erin vermelde termijn, ziet de aanvrager definitief af van zijn aanvraag tot subsidiëring.

Artikel 9: toetsing op inhoud

De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement.

De aanvraag wordt voor advies en voor de berekening van de investeringssubsidie bezorgd aan Toerisme Limburg vzw en aan de Dienst Mobiliteit en Routenetwerken.

Artikel 10: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag voor het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor toekenning. In voorkomend geval wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst van de aanvraag en komen de aanvragen chronologisch in aanmerking.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

De aanvrager zal ook worden gevraagd of hij zijn aanvraag wenst te behouden voor het volgende budgetjaar. In voorkomend geval moet geen nieuwe aanvraag worden ingediend. De toetsing van de aanvraag op volledigheid zal herhaald worden. Tevens kan gevraagd worden om de eerder ingediende documenten te actualiseren.

Artikel 11: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist binnen een termijn van 90 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag of in voorkomend geval vanaf de datum van ontvangst van de ontbrekende documenten/gegevens bedoeld in artikel 8 van dit reglement, of de aanvraag al dan niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.

De aanvrager zal schriftelijk in kennis gesteld worden van de beslissing.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 12: bepaling van het subsidiebedrag

Het subsidiebedrag wordt als volgt bepaald:

  • het subsidiebedrag voor de aanleg of verbetering van toeristische fietsroutes bedraagt maximaal 30 % van de totale subsidiabele kosten
  • het subsidiebedrag voor de aanleg of verbetering van “vrijliggende” fietspaden of fietswegen en/of voor de aanleg van veilige fietsoversteekplaatsen op gemeentewegen of buurtwegen, bedraagt maximaal 50 % van de totale subsidiabele kosten
  • het subsidiebedrag voor de aanleg, inrichting of ontsluiting van plaatsen of het aanbrengen van voorzieningen die de beleving van het fietsroutenetwerk verhogen, bedraagt maximaal 50 % van de totale subsidiabele kosten.

Er moet steeds een eigen financiering door de subsidietrekker zijn van minimaal 10 % van de totale kosten; het totale aandeel van provinciale en andere subsidies in de projectfinanciering mag maximaal
90 % bedragen.

Prijsherzieningen, eventuele verrekeningen, bijakten of bijwerken komen slechts in aanmerking voor subsidiëring tot het bedrag dat vastgesteld werd bij de toekenning van de subsidie door de deputatie.

Artikel 13: minimum subsidiebedrag

Indien na toetsing en berekening de kostprijs lager is dan 1.250 euro, zal de subsidie niet toegekend worden. Voor de toeristische belevingselementen bedraagt de maximale subsidie 50.000 euro. 

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 14: wijze van betaling

Het toegekende subsidiebedrag wordt in twee schijven betaald.

Een eerste schijf van 50 % wordt zo spoedig mogelijk na de subsidietoekenning als terugvorderbaar voorschot betaald.

Het saldo wordt betaald nadat de voorwaarden tot betaling, vermeld in volgend artikel, zijn vervuld en bedraagt maximum 50 % van het oorspronkelijk toegekende subsidiebedrag vervuld.

Artikel 15: voorwaarden tot betaling 

Binnen een termijn van 3 jaar na de subsidietoekenning en uiterlijk 30 dagen na de goedkeuring van de eindafrekening moet een aanvraag tot betaling van het subsidiesaldo samen met de volgende documenten worden ingediend:

  • de eindafrekening
  • een besluit van het college van burgemeester en schepenen waaruit de goedkeuring van de eindafrekening blijkt
  • het bewijs dat de nodige vergunningen verkregen werden indien vergunningsplichtig.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 16: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend, verbindt deze zich ertoe:

  • de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend
  • melding te maken van de ondersteuning door de provincie Limburg op de wijze zoals bepaald door de deputatie bij toekenning
  • voor alle werken de vereiste vergunningen te verkrijgen, voor zover het bewijs dat deze vergunningen verkregen werden nog niet op het moment van de subsidieaanvraag werd ingediend
  • de werken conform alle wettelijke voorschriften uit te voeren
  • het project binnen een termijn van 3 jaar na de subsidietoekenning te realiseren. Uitzonderlijk kan de deputatie beslissen tot een verlenging van de realisatietermijn, waarbij automatisch ook de termijn tot indiening van de betalingsaanvraag (art. 13) met eenzelfde duur wordt verlengd. Hiertoe moet de aanvrager een gemotiveerde aanvraag indienen bij de cel Toerisme met opgave van de reden en de duur van de gewenste verlenging. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing tot het al dan niet verlengen van deze termijn. 

VIII Controle en sancties

Artikel 17: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde op de aanwending van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden.

Artikel 18: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt, kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet betalen of het gedeeltelijk betalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

IX Slotbepalingen

Artikel 19: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 juni 2015.

Artikel 20: opheffings- en overgangsbepalingen

Subsidieaanvragen die werden ingediend in het kader van het “Reglement betreffende de subsidiëring van toeristische netwerken” vastgesteld bij provincieraadsbesluit d.d. 2014-03-09, en die op  31 mei 2015 nog niet zijn afgehandeld, worden verder behandeld overeenkomstig de bepalingen van het reglement waarbinnen ze werden ingediend.

Artikel 21: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2015-05-20

De provinciegriffier,
Renata Camps

De voorzitter,
Gilbert Van Baelen